Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVONDLIEDJE

Nu heeft één leed ons beide omvangen, In dezen schemer grijs en stil.

En onze liefde en ons verlangen Zijn doodlijk moe en zonder wil.

Het geuren van de avondrozen Rijst tot ons door het open raam.

Ten hemel vloeien al de broze Lichttinten tot één bleekheid saem.

En onze hande' in dolend tasten i Vinden elkanders streeling teer, En toeven lang en klemmen vaster, En lóten van eikder niet meer.

Nu voelen wij ons dwaas verzwegen Spaarlijk getoonde liefde sterk.

En deze laat verkregen zegen, O lijden, is uw heilig werk.

Hart kon des andren hart niet vinden.

Liefde van d'een vond d'ander wreed. Die vreugde niet kon samenbinden.

Zijn nu verbonden door één leed.

Sluiten