Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARIA-LIEDEREN

PIËTA

„Ach, nu leeft gij enkel in mijn klagen!

Dóód is op mijn moeden schoot gedragen.

Uit wien al der wereld heil ontsproot.

Wat beteekent specerij en wade

Nu geen teederheid en tranen baten !

Wij bestendigen alleen den dood.

O mijn zoon! mijn eindlijk weergekeerde!

Liefste lam van mijne schaamle heerde!

Ach, ik heb geen balsem voor uw nood.

Want mijn liefde brak de albasten flesschen

Om uw levend wee te zalven en te lesschen.

Niets geneest uw wonden koud en blauw als lood.

Kon uw arme moeder voor u zoeken

Liefde en leven, als weleex de doeken

Waar zij u, een schamel kind, in wond!

Doch ik heb slechts tranen en gebeden, *

En ik geef u al mijn bitterheden.

Kussende uw bleeken wrangen mond!"

Sluiten