Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergoedingen in vele gemeenten te wenschen overliet, doch steeds duidelijker werd het, dat de wettelijke maxima totaal onvoldoende waren.

15 December 1914 richtte ter Laan zich schriftelijk tot de regeering en drong er op aan de wettelijke maxima te verhoogen en maatregelen te nemen, waardoor een ruimere toepassing door de burgemeesters zou worden verzekerd.

Deze vragen hadden al vast tot gevolg, dat voor de oudste landweerlichting de maximum-vergoeding tot f2.— per dag werd verhoogd.

Spoedig daarop zag ter Laan de kans schoon om dit bedrag voor de geheele landweer als maximum vastgesteld te krijgen. Bij de behandeling van het Landweerwetje stelde hij 23 December 1914 een desbetreffend amendement voor, dat na krachtig door onzen vriend te zijn verdedigd, door de regeering overgenomen werd.

Intusschen hielden de klachten over willekeur en benepenheid van burgemeesters aan, waartegenover de betrokkenen geheel machteloos waren, wijl van de beslissingen geen beroep mogelijk was.

12 Mei 1915 vond Men del s gelegenheid op dezen misstand te wijzen en gaf in overweging beroepscommissiën voor de militaire vergoedingen in te stellen. Minister Bosboom scheen niet ongenegen op dat denkbeeld in te gaan en kort daarna werd voor elke provincie zulk een commissie benoemd. Hoe noodzakelijk zulk een maatregel was, bleek uit de besprekingen 29 December 1915 in de Kamer gehouden, waarbij Men del s mededeelde, dat de commissie in Noord-Holland in 50 % der behandelde gevallen wijzi-

Sluiten