Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging van het bedrag der uitkeering voorgeschréven had. Tevens diende hij een motie in. om de maxima voor militie, landweer en landstorm op f 2.~ per dag te bepalen. 4 Februari 1916 werd deze motie in de Kamer behandeld, waarbij Spiekman een krachtig pleidooi hield voor de gevraagde verhooging en aan sprekende voorbeelden uit Rotterdam demonstreerde hoe onvoldoende de bestaande regeling was.

Minister Bosboom, blijkbaar door onze mannen overtuigd, neemt de motie over.

De duurte houdt intusschen aan. De prijzen van levensmiddelen en vooral van kleeding blijven schrikbarend

stijgen. Met een bedrag van ten hoogste £ 14 in de

week is een gezin van eenigen omvang niet meer tegen gebrek te vrijwaren. En dus vindt op 20/um'79/6 weer een bespreking over de vergoedingen plaats. M endels konstateert, dat gezinnen van gemobiliseerden herhaaldelijk bij steunkomitee of armenzorg moeten aankloppen. Spiekman sluit zich daarbij aan en geeft ontstellende cijfers met betrekking tot de groote steden. Ter Laan betoogt, dat op alle vergoedingen een duurtetoeslag van 15 a 20 % moet wordén gegeven, aan welk verlangen door den minister later wordt voldaan.

Begin 1918 was de regeering tot de overtuiging gekomen, dat de menschen er ook zelfs met den duurtetoeslag niet meer komen konden. Zij diende een wetsontwerp in om de vergoedingen te verhoogen en het maximum op f 2.50 te bepalen, dat in de 2e Kamer 7 Maart 1918 werd behandeld.Te r L a a n verdedigde uitvoerig een amendement om het bedrag tot f 3.— te verhoogen. Met aanhalingen

Sluiten