Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die aan het licht kwam bij de behandeling van korporaal de Jong, verdacht de schrijver te rijn van de „Notities" in „het Volk". De Jong kreeg 14 pond, omdat hij den schrijver niet wilde noemen en dus „het onderzoek bemoeilijkte". Indien iemand de hoop had gekoesterd, dat een burgerminister van oorlog deze krankzinnigheden niet zou verdedigen, bleek hij zich deerlijk te hebben vergist. Excellentie de Jonge nam met de gerustheid van een driedubbel-overgehaalden militair ze kalm voor zijn rekening. Het bleek trouwens bij meer dan een gelegenheid, dat deze zoogenaamde burgerminister netjes in den pas loopt, zooals die door de hooge militairen wordt aangegeven.

5 Februari 1918 verdedigt Duys zijn bekende saluutmotie, die een einde tracht te maken aan de verschrikkingen' van het onophoudelijk salueeren. De heer Dresselhuys beschermt het saluut alsof door afschaffing dier poppekasterij de grondslagen der samenleving worden ondermijnd. Hij noemt den groet een teeken van beschaving en wil van de motie-Duya niets weten. Minister de Jonge verdedigt het militair saluut met de hardnekkigheid van een ouden ijzervreter. Discipline, gehoorzaamheid, respect voor den meerdere, 't Bekende liedje. De motie wordt verworpen met 41 tegen 31 stemmen. Tegen stemden: de geheele rechterzijde (behalve Bichon van IJsselmonde), de vrijliberalen (behalve de Beaufort) en de unie-liberalen IJzerman, van Doorn en Janssen.

Ook in hun strijd tegen de uitwassen van het militaire stelsel hebben de sociaal-democraten de burgerlijke partijen vaak tegenover zich gevonden.

Sluiten