Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo werd in de gedelegeerdenvergadering van 6 Mei 1900 op voorstel van het hoofdbestuur van den Nederlandschen Metselaarsbond besloten het volgende adres te richten aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal, ten gunste van de Ongevallenwet :

„Aan de Leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Mijne Heeren,

Het Nationaal Arbeids-Secretariaat, vertegenwoordigende 14.000 georganiseerde arbeiders, gezien de Wet op de Ongevallen, aangenomen door de Tweede Kamer der Staten-Generaal, is van meening, dat deze wet haar ontstaan te danken heeft aan het meer en meer bewust worden van den arbeider, waardoor hij inziet dat zijn toestand onhoudbaar is, en hij recht heeft, in ruil voor zijn arbeid, op een menschwaardig bestaan en hij gewaarborgd moet zijn, wanneer hem ongelukken overkomen bij zijn arbeid, die hij verricht niet in het belang van zichzelf alleen, maar in het belang van geheel de maatschappij.

Het strèven van de arbeiders, door kracht van organisatie, tot verbetering van hunne positie, heeft zich ook doen gevoelen bij de regeering, vandaar dat zij gedrongen is iets te doen in het belang der arbeiders.

Het Nationaal Arbeids-Secretariaat is dan ook overtuigd, dat de Wet op de Ongevallen moet aangenomen worden door de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Waar eenmaal die wet is ontstaan door den drang van buiten af, is het een erkenning van den plicht der regeering, dat zij rekening moet houden met de georganiseerde arbeiders. De arbeiders toch zijn de spil waarom alles draait; zonder arbeid heeft niets zijn bestaan. Wanneer zij geen rekening hiermede houdt, zal zij toch ten eenenmale voor het feit gesteld worden, den arbeider te geven wat des arbeiders is.

Het Nationaal Arbeids-Secretariaat v e r 1 a n gt dan ook van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, waar de régeering tot de erkenning is gekomen, dat de arbeiders verzekerd

Sluiten