Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten zijn togen ongelukken bij den arbeid, de wet aan te nemen.

Het Bestuur: J. N. VAN ZOMEREN, Voorzitter. G. VAN ERKEL, le Secretaris. J. W. BONNET, 2e Secretaris. . J. BAAK, le Penningmeester. JOH. HENST, 2e Penningmeester."

* * *

Op het congres van 1901 in het gebouw „Plancius" te Amsterdam werd dit bovendien in een motie nader omschreven. Deze motie luidde aldus:

„Het N.A.-S. behoudt zich voor, na goedkeuring der gedelegeerden- of algemeene vergadering, aan de een of andere beweging vóór goede, of tégen slechte wetten mee te doen."

Deze motie werd aangenomen met 71 stemmen voor, 24 tegen en 4 stemmen blanco.

Als bewijs, dat van de zijde van het N. A.-S. geen poging ongedaan gelaten werd om de grootst mogelijke eenheid en concentratie van krachten in de vakbeweging te bevorderen, kan zeker ook nog worden aangevoerd, dat niettenstaande de scherpe en vaak zeer persoonlijke bestrijding van de vooraanstaanden in het N.A.-S. door de leiders der S.D.A.P., de jaarvergadering van 1901 besloot tot het instellen van een commissie die een onderzoek behoorde in te stellen naar de bezwaren van niet aangesloten bonden, tegen aansluiting bij het N. A.-S., en en die tevens opdracht kreeg, reorganisatieplannen te ontwerpen en aan de organisaties voor te leggen.

Tot leden van deze commissie werden benoemd:

G. ELFERINK, van de Metaalarbeiders, A. C. WESSELS, van de Scheeps- en Bootwerkers, J. CORDES, van de Steenhouwers, H. SPIEKMAN, van de Typografen, K. HAMELINK, van de Landarbeiders, J. G. VAN EMPEL, van de Meubelmakers en J. HOOGLAND van de Bakkers.

Sluiten