Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onzerzijds is voortdurend aangedrongen op uitvoerverbod van datgene waarvan voor het Nedeilandsche volk tekort was.

Dat was een domme eisch, merkten de leiders van de S. D. A. P. en het N. V. V. op; wij moesten steenkolen en grondstof hebben voor onze industrie, en deze wilde Duitschland niet afstaan, als er geen levensmiddelen werden gezonden.

De levering van steenkolen en grondstoffen werd voortdurend minder en de levensmiddelen gingen daarbij * nog maar steeds bij wagonladingen naar onze Oostelijke naburen, die daarmede het leger voedden; #deze handelwijze in 't belang van de uithongeraars van het Nedërlandsche volk had ook nog tot gevolg, dat de oorlog langer duurde.

Toen alles weggevoerd was, honger en gebrek aan alles heerschte in de gezinnen der arbeidersklasse, kwam het N.V.V. als het hinkende paard het N.A.S. achterna.

„De Vakbeweging", het orgaan van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen van 23 Augustus 1918, betoogde eindelijk dat

„sterker dan ooit de eisch dringt van de moderne arbeidersbeweging, tot algeheele inbeslagneming van alle levensmiddelen, ook bij particulieren, en algemeene rantsoeneering.

Daarnaast dient voorop te staan, dat van geen enkel voedingsmiddel, waarvan ons land een tekort heeft, mag worden uitgevoerd."

Hierbij moeten wij nog wijzen op de eischen, welke door B. en W. van Amsterdam, waartoe ook behooren 2 Sociaal-democratische wethouders, zijn gesteld aan den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, ongeveer midden September 1918. Daarin wordt gezegd, dat naar het oordeel van B. en W. de tijd gekomen is,

dat gelijkheid van rantsoeneering voor de geheele bevolking voor alle artikelen, waarvan rantsoeneering mogelijk is, een onafwijsbaren eisch moet worden geacht.

Sluiten