Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oude koeien.

Van de zijde der Sociaal-democratisch-moderne vakvereenigingsleiders wordt in hunne bladen aanhoudend, en den laatsten tijd meer nog dan voorheen gepropageerd, dat het de beginselmannen in het N. A.-S. niet meer naar den z'in gaat, „wat ook* volmaakt te begrijpen is", laat „De Vakbeweging" van Vrijdag 27 December 1918 er op volgen.

„Stuk voor stuk worden de schoone theoriën, welke men zooveel jaren aan de Nederlandsche arbeiders als goede munt heeft aangeprezen, losgelaten", schrijft genoemd orgaan. „De strijd tegen bezoldigde bestuurders, weerstandskassen, uitkeeringsfondsen, politieke actie en collectieve contracten hebben de kopstukken in de onafhankelijke vakbeweging reeds sinds geruimen tijd laten varen. De verschilpunten tusschen het N.V.V. en het N.A.-S. worden dan ook gaandeweg van minder diepgaande beteekenis." Aldus „De Vakbeweging".

Laten wij deze beweringen, evenals andere die reeds zijn gedaan, wat nader onder de oogen zien. "Wij zullen dan al heel spoedig bemerken, dat dit van de leiders der moderne vakbeweging „verlegenheids-argumenten" zijn.

De strijd tegen bezoldigde bestuurders.

Dat de onafhankelijke vakbeweging tegen bezoldigde bestuurders zou zijn geweest, springt direct als een onwaarheid in het oog, als men weet dat aan het Nationaal Arbeids-Secretariaat alreeds 3 gesalarieerde bestuurders waren verbonden, toen van het Nederlandsch Verbond Y,an Vakvereenigingen zelfs nog geen schim aanwezig was. Toch is er in de onafhankelijke vakbeweging wel eens — en zelfs dikwijls — critiek geleverd op de gesalarieerde bestuurders in de Sociaal-democratisch moderne vakbeweging. Dat ging echter niet tegen het hebben van vrijgestelden, doch tegen het streven, de wijze van optreden van dezen.

In de onafhankelijke vakbeweging is meer dan eens gesproken van „baantjesjagers". Dat mocht ook met het volste recht worden gezegd, omdat vele bezoldigde bestuurdëfrs voortdurend streefden naar allerlei bij-baantjes, die hun eenig honorarium als bijverdienste opbrachten.

Sluiten