Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

damsche *) langzaam aan ontstonden en zich in 1888 tot den Nederlandschen Zwembond vereenigden, het lichaam, dat thans dezen voortreffeljjken tak van watersport leidt.

Het behoeft geen uitgebreid betoog, dat vaardigheid in de kunst van zwemmen — waarvan het onafwijsbare nut alle eeuwen door erkend en nummer een gesteld is — het eigendom dient te zijn van elk Nederlander, die voortdurend aan het gevaar van verdrinken blootstaat. Maakten wij een statistiek op van de gevallen, waarbij menschenlevens te betreuren zijn tengevolge van onvoldoende bedrevenheid in het zwemmen — hoevele beoefenaren van andere watersport gaan jaarlijks wel verloren? — dan zou zich een getal vertoonen, dat niet alleen bedroevend is, doch dat tevens „een aanklacht inhoudt tegen opvoeders en ouders, die zich aan een zoo groot phchtverzuim schuldig maakten." (Bredius.)

Behalve die utilitaire, kennen we de zwem-oefening nog zoo vele andere waarden toe, die verre van denkbeeldig zijn. Het is niemand, die wel eens het genot van een zwem-bad gesmaakt heeft, onbekend, dat het beweeg in 't verfrisschend nat, waarbij bijna alle spieren in actie komen, tot diep ademen dwingt, hetgeen voorzeker van een beduidende beteekenis is voor de gezondheid! En is 't wel noodig nog veel opmerkingen te maken over den invloed van het geregelde bad op de huidfunctie, op het zenuwgestel, op het weerstandsvermogen tegen klimatologische veranderingen, enz. enz., om voldoende bewijsmateriaal te bezitten bij het opwerpen van de stelling, dat het dagelijksche zwem-bad de beste hygiënische maatregel is?

Het ideaal „een zwemmend volk" vermag alleen

*) Van haren voorzitter D. Vrijdag, verscheen in 1886 „Nederlandsch Handboek voor de Zwemsport", een boekje dat vele nuttige wenken bevat.

Sluiten