Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wordt de klas geoefend op zwem-steun-apparaten, dan is het toch nog wel wenschelijk eenige zwem-hangapparaten daarnaast te gebruiken. Ze doen dan dienst bij den overgang van het steun-apparaat naar het zwemvest. De leerlingen moéten dan een proef van bekwaamheid in het hang-apparaat afleggen, door 4C a 50 zwemslagen in de bepaalde tijdmaat en ineenloopend uit te voeren.

Opmerking: Voor een klas van 30 a 40 leerlingen zijn noodig 8 tot 10 zwem-steun-apparaten en 3 tot 4 hang-apparaten.

a. Het zwem-hang-apparaat van Weidenbusch.

In dit toestel ligt de romp in 2, niet verstelbare, singelbanden. (Zie fig. 5 uitsl. PI. I.)

&. Het zwem-hang-apparaat van Teichmütter.

Hier ligt de romp, nl. de borst in een singelband, terwijl de dijbeenen ook, ieder afzonderlijk, in een singelband rusten. (Zie fig. 6 uitsl. PI. I.)

c. Het zwem-hang-apparaat van Luckow. Daar het liggen op deze toestellen niet aangenaam is, terwijl ook de beenbewegingen niet zuiver zijn uit te voeren, geven, we hiervan geen verdere beschrijving. (Zie fig 7 uitsL PI. I.)

d. Het Hotlandsche zwem-hang-apparaat. *) Dit toestel bestaat uit een verstelbaar, van veeren voorzien, bovenste!, waaraan de touwen met borst- en beide dijsingels zijn bevestigd, zoodat ook in dit toestel het liggen bij het beoefenen van den zwemslag niet pijnlijk is.

Het bovenstel kan men met 2 riemen aan ringen

*) Verkrijgbaar: TurnartiketaaM»riek,Th. H. Keunen, Amersfoort.

Sluiten