Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handpalmen naar elkaar toegericht, onder de kin komen, terwijl de vingertoppen elkaar raken. (Zie fig. 10.)

3de bew. Drie! De armen worden schuin omhoog en in de uitgangshouding terug gebracht.

Nadat de oefening in 2/4 maat is uitgevoerd, wordt zij in 't tempo van den armzwemslag onderwezen, n.1.:

op é-é-n, dat zeer gerekt moet worden uitgesproken, wordt de eerste beweging gedaan, op twee-drie, dat noch snel, noch langzaam uitgesproken moet worden, de tweede en derde beweging. Hierop volgt een rust van een tel.

De onderwijzer kan bovenstaand commando, ten behoeve van den leerling, op de volgende wijze geven, n.1.: z...ij, buig-strek, rust. Ook moet de armbeweging, bij het herhalen in het armzwemslagitempo, zoo wijd en ineenloopend mogelijk worden uitgevoerd.

II. Beenzwemslag.

A. Met het linker of rechter been. (Driedeelig.)

De beenbewegingen moeten altijd van uit den gewonen stand plaats hebben. a. Stand, de handen op de heupen. (Zie fig. 11.)

le. bew. Eén! Het 1. been buigen, zoodat de hiel tegen de binnenzijde van het standbeen ter hoogte van de knie wordt gebracht. Het been wordt zóó gebogen, dat de knie en de punt van den voet naar buiten gericht zijn. (Zie fig. 12.)

2e bew. Twee! Het been krachtig zijwaarts strekken en daarna met de punt van den voet op den grond stellen. (Zie fig. 13.) Ook kan men het been een weinig geheven houden.

Sluiten