Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Beenzwemslag.

(Driedeelig.)

B. Met beide beenen tegelijk.

b. De gymnastiekwerktuigen, zooals ladder, rek, ringen en wandrek enz., dienen om den leerling een krachtigen en correcten beenzwemslag aan te leeren, alvorens hij naar het zwem-steun-apparaat overgaat.

Wij zullen hier slechts de oefeningen aan de schuine ladder behandelen.

Uitgangshouding: men springt zoo hoog mogelijk aan, beenen gesloten en gestrekt, het hoofd een weinig achterwaarts gebogen.

le bew. Eén! Beide beenen buigen als bij de heele beenenbuiging, de voetzool horizontaal. (Fig. 19.)

2e bew. Twee! De beenen flink zijwaarts strekken, de punten van de voeten omlaag gericht.

3e bew. Drie! De beenen krachtig aansluiten.

Dezelfde oefeningen kunnen ook aan de andere bovengenoemde toestellen uitgevoerd worden.

De onderwijzer moet erop letten, dat bij het uitvoeren van de verschillende bewegingen de rug krachtig gestrekt blijft en bij herhaling de bewegingen ineenloopend zijn.

Het commando is ook hier: ru...st, buig-strek, sluit.

Nadat men den arm-, been- en samengestelden zwemslag op de plaats en den beenzwemslag aan de toestellen heeft onderwezen, gaat men over naar het zwem-steun-apparaat.

Sluiten