Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

totdat de vrees is overwonnen. Ook kan een losse hengel daarvoor gebruikt worden. De onderwijzer laat de leerling langs den bassinrand zwemmen en laat zoo nu en dan, voor den leerling onmerkbaar, de lijn slap hangen, zoodat hij vrij op het vest rust.

C. In de zweminrichting.

Nadat de onderwijzer den leerlingen heeft geleerd, hoe de zwemvesten moeten worden aangedaan en tevens hoe zij elkaar daarbij kunnen helpen, laat hij bij de eerste en tweede les de jongens aantreden (zie fig. 32), om zich te overtuigen of de banden niet te los of te vast zitten. Nu laat hij het aan hen zelf over, op welke wijze ze te water willen gaan. De onderwijzer mag angstige leerlingen niet dwingen, maar trachten door aanmoedigende woorden en zoonoodig door zijn hulp de vrees voor het water te overwinnen. Nooit mag hij ze in 't water duwen of door zijn mede-leerlingen erin laten trekken, want de angst voor het vreemde element is niet met gewéld te overwinnen. Er is voor vreesachtige leerlingen heel wat toe noodig om te water te gaan. Met zachtheid en kalm overleg komt men veel verder en zal veel kwaad voorkomen worden. Men laat den leerling uit zichzelf aan het water gewennen, het aantal lessen daarvoor is voor elk verschillend.

Ook de manier, waarop de leerlingen te water gaan, is zeer verschillend:

De moedigen springen er in, gaan direct op het vest liggen en proheeren te zwemmen. Andere loopen vlug van den trap het bassin in. Deze bezitten over het algemeen wel den moed om los of, zich vasthoudend aan de stang, die ter hoogte van de waterlijn, welke op een afstand van tien c.M. aan den wand van het bassin is aangebracht (zie fig. 33, uitsl. pl. I), balk, touw enz., te gaan liggen. Weer anderen loopen een beetje

Sluiten