Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerlingen een enkele keer aan den hengel laat oefenen.

De tweede is: men geeft den leerling eerst eenige lessen aan den hengel en laat hen dan op vesten verder oefenen.

Als men nu beide methoden met elkaar vergelijkt, komt men tot de conclusie, dat voor verreweg de meeste leerlingen de hengelles niet noodig is.

Wij geven hier nog een korte uiteenzetting,. hoe hengellessen plaats hebben. Ze worden verdeeld in die aan den staanden-, loopenden- en lossen hengel. Lijnlessen volgen hierna.

Staande hengel.

De instructeur gebruikt den hengel, die op een leuning steunt en met de handen wordt vastgehouden. De leerling, die langs het trapje afgedaald is, doet den gordel, niet te nauw sluitend, dicht onder de oksels om, maakt hoofd, borst en rug nat en keert, in 't water liggend, het gezicht naar den onderwijzer. Terwijl de leerling den gordel omdoet, wordt door den onderwijzer de lijn door middel van een mastworp aan het einde van den hengel bevestigd. Deze knoop wordt gemaakt van twee slagen a en b, die in c over elkaar gelegd worden (zie fig. 34 uitsl. PI. I.) Het losse eind van de lijn houdt hij in de hand, voor het geval dat de hengel breekt of de lijn van den stok af mocht glijden. Om dit laatste te voorkomen, wordt het einde van den hengel gewoonlijk nat gemaakt.

De leerling hangt nu in de uitgangshouding in het water. De kin ligt op en de handen even onder de oppervlakte van het water (zie fig. 35a uitsl. PI. II.) Zoodra de leerling aan deze houding gewoon is geraakt, wordt de op het droge geleerde zwemslag herhaald. Deze wordt eerst op tel en daarna in het vereischte

Sluiten