Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tempo uitgevoerd (zie fig. 35b, °, *). Zijn de vorderingen goed, dan gaat men over tot den

Loopenden hengel.

Hierbij ziet de instructeur den leerling terzijde. Bemerkt hij nu aan het trekken aan de lijn, dat de leerling een krachtiger slag begint te krijgen, waardoor hij, vooruitgaande, zich een weinig aan de oppervlakte weet te houden, dan wordt hij aan den hengel geleid. Dit geschiedt op de volgende wijze: De instructeur houdt de lijn gestrekt en schuift den hengel over de leuning. Nog is de voorwaartsche beweging van den leerling voor een groot deel het werk van den instructeur. Zoo nu en dan laat deze, voor den leerling onmerkbaar — dus onder gestadig doortellen van één! twee! — de lijn verslappen en met ziet den leerling dan meestal eenige vrije slagen uitvoeren. Hierna gaat de onderwijzer over tot het onderricht aan den

Lossen hengel.

Men laat nu den leerling, zonder daarbij te tellen, langs den bassinrand zijn zwemslag uitvoeren, zoo min mogelijk hangende aan den hengel. Kan de leerling nu een 25 a 30 slagen zonder fouten uitvoeren, dan krijgt hij een kurken-zwemvest aan en laat men hem zelfstandig verder oefenen. De onderwijzer heeft nu voornamelijk daarop te letten, dat er geen verzuim plaats grijpt en er geen kleine fouten bij de zwemslagen insluipen, welke, eenmaal gewoonte geworden, moeilijk zijn af te leeren. Merkt hij een fout, die, na meermalen te zijn aangewezen, nog niet verbeterd is, zoo moet hij den leerling weef aan den lossen hengel nemen en er niet mee ophouden, voor de fout verbeterd is.

De lijnlessen.

Is de leerling het zwemmen in het ondiepe bassin, zonder vest aan, goed meester, dan laat men hem een

Sluiten