Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gymnastieklokaal in de St. Jansstraat en een deel van de gemeentelijke bad- en zweminrichting voor de proefneming in gebruik te geven.

De proef werd genomen met 24 jongens van de volksscholen. Geen leerling werd aangenomen, die al iets van de zwemkunst verstond.

De voorbereiding bestond in het beoefenen van een serie arm- en beenbewegingen, die tezamen den zwemslag vormen. Nadat de armbewegingen staande voldoende beoefend waren, namen de leerlingen plaats in de zoogenaamde zwemsteun- en hangapparaten: toestellen waarin de buik en de borst van den leerling door riemen ondersteund worden, terwijl armen en beenen vrij bewogen kunnen worden. Hierin werd zoo lang geoefend, tot de jongens een 80—100-tal slagen in het vereischte tempo konden uitvoeren. In 't geheel werden aan deze voorbereiding een 11-tal lessen

met zekerheid is te verwachten, dat de gegeven lessen vruchten zullen dragen.

Dr. Merens zegt iri 'zijn conclusies (zie congres watersport, Amsterdam, 15, 16, 17, 18 December 1915).

„In het algemeen kan omstreeks het zesde levensjaar met de zwemoefeningen een aanvang worden gemaakt." Dit is naar onze meening gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het moge voor enkele, krachtige leerlingen, wat betreft hunne physieke gesteldheid, mogelijk zijn reeds eerder met vrucht het zwemmen te beoefenen, maar met het gros van deze leerlingen is het zelfs zeer moeilijk hun in den kortst mogelijken tijd den zeer moeilijken, samengestelden zwemslag op het droge eigen te maken, terwijl men in 't water met hen zeer voorzichtig moet zijn en met de grootste moeilijkheden te kampen heeft. De mogelijkheid bestaat voor de individueele toepassing. De jarenlange ervaring, opgedaan met 'leerlingen van 6. 7 en 8 jaar, bij het klassikaal aanleeren van den zwemslag wettigt de meening, dat het beter is, om op dien jeugdigen leeftijd niet met het zwemonderricht te beginnen, maar ze tot hun 10de jaar in 't water te laten ploeteren, spelen en stoeien, om hen zoo geleidelijk aan het water te_ gewennen. Wanneer ze daarna het zwemonderricht ontvangen, zijn ze anderen, die een enkele maal of in 't geheel nog niet in 't water zijn geweest, veel voor.

Sluiten