Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Het leeren zwemmen met een lederen pop, ter grootte van een mensch, wordt op de volgende wijze beoefend: Men doet eén pop (deze moet in iedere zweminrichting aanwezig zijn) een kurken zwemvest aan, waardoor deze, in het water geworpen zijnde, blijft drijven. Door twee personen aangevat, wordt zij zoo ver mogelijk in 't water geworpen en daarna om beurten en zoo vlug mogelijk door de leerlingen naar den kant gebracht.

De leerlingen moeten nu, borstzwemmende, de pop aan den kant van het hoofd naderen, haar daarbij vastgrijpen en vlug omdraaien met het gelaat omhoog. Vervolgens grijpt men haar bij het hoofd, over de borst of bij de bovenarmen en zwemt op den rug naar den kant.

6. Het opduiken van de pop wordt als volgt beoefend. De pop wordt door twee personen zoo ver mogelijk (ongeveer 10 a 15 M.) in een 2 a 4 M. diep water geworpen, waar zij zinkt. De leerlingen kunnen nu niet alleen van een hoogte af, maar ook van uit de oppervlakte de pop ophalen en op de reeds genoemde wijze, zoo vlug mogelijk, naar den kant brengen. Ten einde deze oefening moeilijker te maken, mogen de leerlingen niet zien of weten waar de pop is gezonken, maar trachten zelf den afstand en plaats te bepalen waar zij ligt. Kringen op het water of opborrelende luchtbellen geven soms de plaats aan waar zij ligt.

7. Het aanleeren van de verschillende handgrepen, bij het redden noodig, kan op het droge klassikaal worden beoefend.

De klas is opgesteld in twee rijen, front naar elkaar makende.

De drenkelingen worden voorgesteld met, de redders zonder jas aan. Er bestaan drie verschillende grepen, n.1.: de pols-

Sluiten