Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

greep, de nekgreep en de omvatting van romp en van romp en armen. |

Het eerst wordt beoefend, hoe de redder zich uit den greep van den drenkeling kan losmaken.

Polsgreep. De redders staan met de armen gebogen, zoodat de ellebogen naar voren zijn gericht, handen tot vuisten, en deze ter hoogte en een weinig ter zijde van het hoofd.

Op één! grijpen de drenkelingen de polsen der redders vast (zie fig. 52).

Op twee! strekken de redders hun armen omhoog (zie fig. 52).

Op drie! brengen de redders de armen vlug voor de borst langs omlaag en tegelijkertijd zijwaarts gestrekt met de duirnzijde van de hand naar omlaag gericht (zie fig. 53). Door deze beweging is de drenkeUng genoodzaakt zijn handen los te laten, daar zijn duim nimmer in staat is, aan den druk op het geheele handgewricht weerstand te bieden. Op deze manier kan men zich uit den greep van den sterksten man losrukken.

Nekgreep. Op één! omvatten de drenkelingen den nek der redders en grijpen de vingers in elkaar (zie fig. 54».

Op tweel slaan de redders hun 1. (r.) arm om het Uchaam der drenkeUngen en plaatsen hun r. (1.) hand, met de handpalm naar voren, onder de kin der drenkelingen en drukken het hoofd langzaam achterover (zie fig. 54t>)-

Op drie! duwen de redders, met een geleidelijken, maar krachtigen druk, de drenkelingen van zich af.

Opmerking: Ook kan op twee! de neus van den drenkeling, onder het neusbeen, worden dichtgeknepen en zoolang vastgehouden, totdat hij machteloos is en dan vanzelf zijn redder loslaat.

Omvatting. Op één! grijpen de drenkeUngen de redders om den romp plus armen vast.

Sluiten