Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

De eisch sub G voor candidaten voor het Diploma van den N. Z. B.

Het menschelijk lichaam bestaat uit een ontelbaar aantal cellen, welke, door z.g.n. „tusschencelstof" verbonden, het aanzijn geven aan „weefsels". Tot die laatsten behooren o. a.:

Spierweefsel.

Dekweefsel (een weefsel, dat, zooals bij de opperhuid, voor meer teere weefsels beschermend optreedt).

Bindweefsel (zijnde een weefsel, dat overal in het lichaam wordt aangetroffen en volgens zijn naam veelvuldig als bindmiddel dienst doet).

Verschillende der genoemde weefsels geven het aanzijn aan organen of wel „werktuigen", welke op hun beurt, veelal vereenigd tot een „orgaanstelsel", in dienst staan van eenige functie, bijv. in die van de Ademhaling (longen en bloedvatenstelsel) de Spijsvertering (maag- en darmkanaal) of wel van de Voortbeweging, om ineens tot eene dierlijke verrichting over te gaan. Het Locomotie- of wel Voortbewegingsapparaat bestaat o. m. uit het beenderenstelsel, dat, opgebouwd zijnde uit verschillende door o. a. beweeglijke verbindingen samengevoegde beenderen (gewrichtsverbinding), door middel van uit vleeschlappen bestaande spieren in de bedoelde gewrichten onderlinge beweging toelaat. Het beenderenstelsel, dat het skelet of geraamte samenstelt, vertegenwoordigt een vijfde deel van het

6

Sluiten