Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderste Gordel en Ledematen

Heupbeenderen Dijbeenderen

Scheen- en Kuitbeenderen Voeten

Het skelet van het Hoofd bestaat dus uit dat vnn het aangezicht en uit dat van den schedel. Tot de schedelbeenderen behooron:

het Achterhoofdsbeen, de beide Wandbeenderen, het Voorhoofdsbeen, de beide Slaapbeenderen, het Wiggebeen, . het Zeefbeen.

Het Achterhoofdsbeen vormt een deel van de schedelholte (onder- en achterwand), welke de hersenen omsluit. Het groote achterhoofdsgat, dat de schedelholte met het door de wervels gevormde ruggemergskanaal verbindt, wordt door dit been van voren, aan beide zijden en van achteren begrensd. De bovenste gladde vlakte neemt het bovenste deel van het ruggemerg — het verlengde merg — op, dat belangrijke zenuwcentra bevat, waaronder het wel zeer voorname „point-vital", dat de werking van de hulpspieren (accessoiren) van de Ademhaling beheerscht, en welks beleediging on middellijken dood tengevolge heeft. Hierop berust onder andere de wijze van afmaken van slachtvee.

De beide Wandbeenderen vormen voor een deel het dak en de zijvlakten van den schedel. Het zijn vierhoekige beenderen, met een bolle buiten- en een holle binnenvlakte, voorzien van fijne sleuven, ter opname van bloedvaten.

Het Voorhoofdsbeen vormt het onderste deel van den schede], het achterste stuk beschermt de groote hersenen.

Sluiten