Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lengs geschikt gemaakt om door het bloed opgenomen te worden.

De Lever en de Alvleeschklier, beide klieren van een zeer grooten omvang en omvangrijke werkzaamheid, liggen resp. rechts van- en over-, en achter de maag.

In dienst van de ADEMHALING, welke is een opname van zuurstof, noodig voor de verbranding, en een afgifte van koolzuur en waterdamp, staan behalve en met het bloedvatenstelsel, de Longen. De beide longen bestaan uit heele kleine onderdeeltjes, longblaasjes geheeten, waarin de eigenlijke gaswisseling tusschen de lucht in de longen en het bloed plaats grijpt. De longblaasjes vereenigen zich tot een linker en rechter long, de eerste bestaat uit 2 kwabben, de andere uit 3. In elk dier kwabben brengt de Luchtpijp, waaraan de longen zijn opgehangen, een tak. De verbinding tusschen neusholte en longen komt dus tot stand door de luchtpijp, waarvan het kraakbeenig begin Strottenhoofd heet. Dit is even onder de kin sterk te voelen. De longen, die den halven-kegelvorm vertoonen, rusten met hun onderkant op het Middenrif, een spierplaat, waardoor borst- en buikholte gescheiden worden.

De Huid bestaat uit drie lagen. De meest oppervlakkig gelegene is de zgn. „Opperhuid". De bovenste cellen van de opperhuid bestaan uit dunne verhoornde plaatjes, die van de bovenste laag steeds afgestooten worden, terwijl de daaronder liggende er voor in de plaats treden. Onder deze hoornlaag vindt men een laag cellen van tweeërlei soort, deels verhoornde, deels bestaande uit cellen, die bij het verhoornen een rol spelen. Onder deze laag, welke een overgangsvorm is tot de meer levende cellen, vindt men een laag deels uit cylindrische cellen gevormd, waardoor kleine bloedvaten verloopen.

Sluiten