Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan het eind van 1872 valt de toetreding te vermelden van de Nederl. Gymnastiekvereeniging uit Amsterdam en de Algemeene Turnvereeniging van Rotterdam. Daarentegen houdt de „Hollandsche G.V." op te bestaan. En op den 29en December 1872 zien we voor de eerste maal de ons later zoo bekend geworden turnmakkers W. J. Kramers en A. S. van R e e s m a op de bondsvergadering verschijnen. Het was op die vergadering, dat besloten werd voortaan niet meer één stem per vereeniging uit te brengen, maar te kiezen naar een maatstaf volgens de getalsterkte van het ledenaantal der vereenigingen.

In 1873 heeft het Verbond het overlijden van den Heer W. A. Lodeesen en het uittreden uit het Bondsbestuur van den Heer B. Moltzer te betreuren. In de hierdoor ontstane vacaturen wordt voorzien, door de verkiezing van de Heeren S. H. Stokvis tot 2en Secretaris en A. S. van Reesema tot Penningmeester.

Op den 17en Juni 1873 heeft wederom eene openbare uitvoering van het Verbond in Utrecht plaats. Ditmaal is er voor de eerste maal een prijskamp aan verbonden, waaraan door , Z. K.-H. ,den toenmaligen Prins Hendrik der Nederlanden een kristallen bokaal op zilveren voet was geschonken.

Lycurgus van Amsterdam kwam hierbij als overwinnaar uit den strijd, op den voet gevolgd door de Algemeene Turnvereeniging van Rotterdam. Het geheele feest, dat op het Sterrebosch te Utrecht plaats had, stond onder leiding van den Heer H. V o s s e n a a r. In den loop van 1873 treden als gewoon lid van het Verbond toe: de Gocschc Gymnastiekvereeniging, Kracht en Vriendschap van Amsterdam, Lycurgus van Arnhem, de Rotterdamsche Gym^ nastiek- en Schermvereeniging en de Arnhemsche Gymnastiekvereeniging ,JZelf veredeling en Vrienschap". Echter gaat de „Nederlandsche G.V." voor het Verbond verloren.

Hoogst belangrijk mag genoemd worden het contact, dat in 1873 tusschen bestuurderen van ons Verbond en het Be-

Sluiten