Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wien verder ook in Dresden de leiding was toevertrouwd, heeft aan onze turners belangrijke diensten bewezen. 3 Amsterdamsche turners, de Heeren KarelMuller, B.van Hengel en Leo Pappenheim namen aan den persoonlijken wedstrijd deel. Ze konden echter het minimumaantal punten (50), hetwelk voor een prijs in aanmerking deed komen, niet bereiken. Het tekort van Karei Muller 'hierbij bedroeg 11/24 punt.

Op 10 Januari 1886 heeft te Utrecht de jaarlijksche algemeene vergadering plaats, waarin de heer Bottinga te kennen geeft voor eventueele herbenoeming als bestuurslid niet in aanmerking te willen komen. In zijn plaats wordt gekozen de Heer Dr. S. Sr. C o r o n e 1 te Leeuwarden. De Heer Ch. F. Ko k, die acht jaren lang het Verbond als secretaris ten dienste was geweest, werd niet herkozen; maar moest zijn plaats in het Bondsbestuur afstaan aan den Heer K. Ingerman van Amsterdam. De vergadering besluit ook in 1886 met het houden van partieele uitvoeringen, als proef, door te gaan. Te meer daar door den afgevaardigde der turnvereeniging ,,'s-Gravenhage" in het vooruitzicht wordt gesteld om in 1887, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan dier verëeniging, opnieuw het bondsfeest in 's-Gravenhage te doen plaats hebben. Naar aanleiding van een door den Heer KarelMuller ingeleide bespreking over „de Bondspet, haar vorm en kleur", waarbij de wenschelijkheid werd geuit om op dit gebied tot uniformiteit te komen, werd besloten een commissie van onderzoek te benoemen.

Gedurende het jaar 1886 treden 10 Vereenigingen als gewoon lid toe. „Lycurgus" te Delft hield op als zelfstandige verëeniging te bestaan, doordien zij zich oploste in de „Delftsche Sport". Het Verbond bestaat nu uit 128 Vereenigingen met 3631 werkende en 3818 kunstlievende leden. Het aantal ondersteunende leden bedraagt 99. Onder de laatsten bevindt zich de „Semarangsche G. V." te Semarang op Java, opgericht door het Oud-Bestuurslid en Eerelid, den Heer D e n t z.

Sluiten