Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

respectievelijk op 29 Juli te Eindhoven en op 6 Juli te Harlingen.

In den loop van 1888 traden 14 vereenigingen tot het Verhond toe, waarvan 8 als gewoon en 6 als buitengewoon lid. Deze onderscheiding wordt in de nieuwe bondswet gemaakt ten opzichte van vereenigingen die al dan niet de Koninklijke goedkeuring bezitten.

Het Verbond bestaat dan uit een totaal van 142 vereenigingen (waarvan 124 gewone en 18 buitengewone leden) met een aantal van 3840 werkende en 4059 kunstlievende leden. Er zijn 65 ondersteunende leden.

In de jaarvergadering van 6 Januari 1889 te Amstergehouden, wordt het Dagelijksch Bondsbestuur herkozen en blijft het voltallige bondsbestuur, na de in Maart 1888 plaats gehad hebbende verkiezing van Voorzitters der Gewesten, samengesteld als volgt: Mr. D. Josephus Jitta, Voorzitter, K. Ingerman, Secretaris, P. C. Adrian, Penningmeester, K1. d e V r i e s, te Groningen, Jonas Ingenohl, te Amsterdam, E. M. S. van Santen, te 's-Gravenhage, Joh. Blom, te Arnhem en Henri Bloemen, te Roermond, Commissarissen.

In 4 Gewesten werden in 1889 uitvoeringen gegeven en wel door het „Noordergewest" te Veendam, door het „Middengewest" te Zwolle, door het „Zuidergewest" te Roosendaal en door het Gewest „Noordholland" te Schagen. Hoogst belangrijk was de deelname onzer turners aan gymnastiekbetoogingen in het buitenland. Zoo trokken 30 turners naar de Franschè bondsfeesten te Parijs, waar Henri Bloemen officieel vertegenwoordiger was, 14 gingen, onder leiding van Karei Muller naar het Belgische bondsfeest te Gent en 32 bezochten van 27 Juli— 1 Augustus, onder leiding van P. C. A d r i a n, het groote Duitsche turnfeest te München.

In dat zelfde jaar werd door het Verbond een adres aan den Minister van Binnenlandsche Zaken en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden met verzoek

Sluiten