Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. DE BOOT EN HAAR ONDERDEELEN.

Fig. l.

Doorsnede van een overnaadsche boot.

Men verdeelt de booten in twee hoofdsoorten: outrigged en inrigged.

Bij de inrigged booten, die nog maar sporadisch gebruikt worden, hoofdza¬

kelijk bij wherry (pleasure skiff) en vastebanken oefenbooten, bevindt zich de dol, het draaipunt van den riem, op het boord van de boot.

Men treft bij inrigged booten den open dol, eenvoudig uit twee evenwijdige loodrecht opstaande steun-

houten bestaande, aan, en den draaidol. Bij outrigged booten bevindt

zich de dol buiten boord. De rig-

gers (uitleggers) zijn de staven van ijzer of staal, soms ook van aluminium (bij wedstrijdskiffs), die den dol dragen en aan de boorden van de criek ziln bevestiad. Ook

bij uitleggers vindt men den vas- Doa^t ^een ten dol en den draaidol. Echter is de vaste dol in ons land niet meer in gebruik, doordat ze minder practisch gebleken is.

Het nut van den uitlegger wordt zeer eenvoudig aangetoond door het feit, dat bij een gewone hefboomslengte van den riem, d. i. de afstand van den dol tot de greep, de boot smaller kan worden gebouwd, waardoor grootere snelheid verkregen wordt. De hefboom wordt dus onafhankelijk van de breedte der boot. Men onderscheidt verder de

Fig. 2.

Sluiten