Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij wedstrijdgieken geldt als de zekerste wijze, de boot evenwijdig aan het vlot te water te laten. Men lette er dan op, dat de schoenen niet buiten het vlot steken, zoodat de huid van de boot niet door een stoot kan worden beschadigd.

Ligt de boot te water, dan zorgt ieder roeier er voor, zijn riem in den bij zijn zitplaats behoorenden dol te brengen.

II. Het instappen en uitstappen. Klaar om in te stappen, één, twee. drie! Klaar om uit te stappen, één, twee, drie!

Bij het instappen staat elk roeier naast z'n zitplaats op het vlot, met het gezicht naar de stuurplaats.

Commando één: Voet grenzende aan het boord wordt in de lengte-as van de boot precies op de kiel geplaatst.

Commando twee: Het lichaamsgewicht wordt overgebracht op het been in de boot en het tweede been wordt binnen boord gebracht en in het voetbord geplaatst. Hierbij steunt men met beide handen op de topboorden en zakt ietwat in de knieën in.

Commando drie: Men 'zakt verder in en zet Zich op het glijbankje, dat te voren zoo dicht mogelijk bij het voetbord is gebracht. Echter dient men er op te letten, vooral niet met een smak neer te ploffen.

Bij vaste-banken-booten zet men zich bij „drie" recht tegenover z'n voetbord.

De voetborden worden vervolgens (indien niet reeds tevoren geschied) op den vereischten afstand gesteld en de voeten in de voetriemen geschoven.

Terstond bij het zitten gaan, neemt men de riemen in de hand, met het blad vlak op het water aan dat boord, dat de riemen niet op het vlot heeft rusten.

Sluiten