Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral niet omhoog geheven, doch omlaag in den meest ongedwongen stand. De ellebogen passeeren de ribben, goed aan het lichaam aanééngesloten. De riem is nu bij het lichaam aangekomen, de schouders zijn goed omlaag en flink achterwaarts gebracht. De polsen van beide handen wijzen

omhoog, en zijn zijwaarts naar binnen gebogen. Het uitdrukken van den riem volgt nu door de onderarmen neer te drukken om het elleboogsgewricht; het blad van den riem komt daardoor boven water. De armen worden dan snel gestrekt en zijn gereed voor den volgenden slag. Hieruit volgt dus, dat de slag niet uit is, voordat de riem uitgedrukt is en de armen weggegooid zijn.

Het strekken moet werkelijk een krachtig weggooien zijn.

In den aanvang late men de roeiers niet dadelijk den riem draaien, doch met het blad in loodrechten stand terugbrengen.

Het uitdrukken van den riem moet duidelijk zijn.

Fig. 9.

Verkeerde houding der polsen bi) het eindigen van den slag. — Polsen te vroeg gedraaid.

Fig. 8.

Goede stand der onderarmen bij het eindigen van den slag.

Het roeien.

3

Sluiten