Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reiken bij het begin van den slag. Reiken maakt den slag lang en geeft bij een goeden opgooi een groot nuttig vermogen. Echter, men overreike zich nooit. De schouders mogen bij het reiken niet anders dan recht blijven voor het werk. Het hoofd mag niet in de schouders wegzinken. Vanzelfsprekend is, dat de schouder van den buitenarm, welke den grootsten boog beschrijft, vooral van achteren gezien, ietwat verder naar voren gebracht zal zijn, doch men behoede zich voor overdrijving.

Lichaamswerk.

Zooals ik reeds gezegd heb, moet de houding van het lichaam altijd recht zijn. Het lichaam verricht inderdaad een zeer belangrijk werk. Het vormt als het ware het zware blok, waaraan de riem door middel van de armen, die als kabels werken, vast zit. Het lichaamsgewicht werkt als een tegengewicht om den riem er mede door het water te halen, of liever gezegd, de boot voort te duwen om het steunpunt, dat het blad van den riem in het water vormt.

Een goed uitgevoerde lichaamszwaai levert daarom het grootste arbeidsvermogen tot voortstuwen van de boot.

Zit men vóór aan den slag, dan behoort tegelijk met het inpikken, het lichaam krachtig te worden opgegooid. De armen zijn op dit moment gestrekt, zoodat de volle stoot wordt opgevangen door de sterke schouder-, rug- en lendenspieren.

Men zwaait dan door en trekt gelijkmatig de armen bij, zoodat bij het eind van den slag, wanneer het lichaam een hoek vormt van ca. 30° over den loodrechten zitstand, de armen zijn bijgehaald en onmiddellijk de riem kan worden uitgedrukt.

Na het weggooien van de armen en vooral

Sluiten