Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ontbreken van lichaamszwaai doet den roeier vaak in de fout vervallen te veel te arbeiden met de armen, waardoor deze vaak instede van langs het lichaam, zijwaarts omhoog worden gebogen, zoodat zij vaak loodrecht op de ribben komen te staan. Het eindigen van den slag wordt op deze wijze nooit goed.

Vergeten moet niet worden aan het einde van den slag de schouders goed achterwaarts te brengen, de slag wordt eenige cM's langer en het einde van den slag krachtiger, het uitdrukken van den riem zuiverder en het herstel van den achteroverliggenden stand gemakkelijker.

Nooit mag het lichaam aan het eind van den slag naar den .riem toegebracht worden. Het moet den riem volgen en niet aan den riem worden opgetrokken.

Dit laatste toch benadeelt alweer het uitdrukken en verkort de slaglengte.

De lichaamszwaai, is niet alleen een bekoring voor het oog, maar zorgt voor de rhythmische gelijkheid van de ploeg, en niets is dan ook leerzamer en aangenamer, dan bij het roeien het gezicht te hebben op den rug van iemand, die glijbank- en lichaamswerk behoorlijk beheerscht.

Om een goeden zwaai aan te leeren, wenne men zich van meet er aan, het lichaam niet te buigen ter hoogte van het middel, doch de as, waarom gezwaaid wordt, zoo laag mogelijk bij de zitplaats te verlagen. Het lichaam wordt daardoor zooveel mogelijk gerekt door een kaarsrechte houding, hetgeen de ontwikkeling van alle spieren ten goede komt.

Op de vaste banken goed geleerd, behoeft de zwaai op de glijbank geen ernstige moeilijkheden op te leveren. Alleen wordt de zwaai uitgevoerd op een beweegbare bank, die zeer moeilijke bewegingssnelheden krijgt; echter is dit geheel het

Sluiten