Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk der beenen en van de goede wijze van zitten, en houdt de lichaamszwaai, die als de slinger van een klok behoort te zijn, daarmede geen direct verband.

Het waterwerk.

Na de beschrijving van lichaams-, armen- en beenenwerk, volgt het waterwerk.

Onder het waterwerk verstaat men de beweging van de riemen buiten boord, dus zoowel het gedeelte boven-, als ónder water.

Wij hebben in het gedeelte over het gebruik der armen en polsen reeds gelegenheid gehad om de beweging van den riem door het water en daarboven te beschouwen. Er blijven echter nog eenige punten, waarop de aandacht dient te worden gevestigd.

Vooreerst de diepte van het blad. Het blad van den' riem mag nooit geheel onder water zijn, doch slechts zoover, dat een kleine strook nabij den steel zichtbaar blijft. De steel van den riem blijft dus boven water.

Het blad mag ook niet te hoog in het water zijn, zóódat een stuk van het blad nabij het uiterste einde zichtbaar zou worden.

De doorhaal wordt voorafgegaan door den inzet (catch) en geëindigd door den uitdruk (finish). Het blad blijft van catch tot finish even diep onder water, blijft dus een rechte lijn volgen en vooral geen kromme. De afstand tusschen catch en finish geeft de lengte van den slag weer.

Bij de beweging der armen hebben wij gezien, op welke wijze de riem wordt ingezet. Tegelijk met dien inzet gaat gepaard de opgooi van het lichaam; de riem wordt doorgehaald, tegelijk met het bijhalen der armen en zwaaien van het lichaam; zoodra zijn niet de armen bijgehaald, of het lichaam behoort ook aangekomen te zijn in den

Sluiten