Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindstand, makende een hoek van 30° met de verticaal; de onderarmen worden neergedrukt om de elleboogsgewrichten, waardoor de riem het water verlaat. De polsen worden gedraaid en den

Fig. 13.

Uitdrukken, weggooien der armen, inzet en zwaai.

riem ziet men even snel naar voren gebracht, daarna volgt gedurende den lichaamszwaai de polsbeweging, die den riem langzamerhand weer loodrecht op het water brengt; de nieuwe slag is in wording en wordt weer begonnen door den inzet en krachtig watergrijpen.

Een goede inzet is van veel belang voor een goeden slag. De inzet moet plaats vinden op het juiste oogenblik, en dit oogenblik is daar, wanneer de roeier, op een vaste bank roeiend, zoo ver naar de stuurplaats toe gebogen zit, dat hij een nog ongedwongen en niet gedraaiden stand inneemt, en op glijbanken, wanneer de glijbank achteraangekomen is aan het eind der rails. 1

Door het even optillen der armen verliest men niets van den slag; is men met het optillen te vroeg, dan verkort men den slag; worden bij het optillen de armen te vroeg gebogen, dan grijpt men het water niet op de juiste plaats, doch een eind teveel achterwaarts.

De inzet moet niet zijn een klap in het water, doch het moet zijn een plotseling grijpen, dat echter door de daaraan voorafgegane beweging nooit zóó plotseling kan zijn, dat het voor den slagroeier onmogelijk is, dit moment juist aan te geven.

Sluiten