Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij roeit houterig en mist alle lenigheid. Zijn waterwerk is onaf — zijn slag niet beheerscht. Het herstel is eigenlijk de polsslag van den stijl en wie het beheerscht, heeft het roeien in zijn diepste kunst begrepen.

In vorige hoofdstukken beschreef ik reeds den doorhaal, het uitpikken, het weggooien der armen, den opzwaai, en ziedaar al deze bewegingen komen in het herstel samen.

Het weggooien der armen moet zijn snel, doch elastisch. Het proces om de geheele machine opeens van de ééne beweging in de tegengestelde om te zetten, waarbij ons geheele spierstelsel werk verricht,, is niet iets, wat men ineens leert, en vele zijn de fouten, die ontstaan, voordat men deze beweging meester is.

In een ploeg merkt men deze fouten spoedig op. Ongelijkheid van zwaai, achter raken bij het eind van den slag, en om weer gelijk in te kunnen pikken, een naar achteren hollen met de glijbank. Men gebruikt daarom den tijd niet nutteloos, door beginners lang op het herstel oefeningen te laten maken.

Het weggooien der armen moer snel zijn, of men met een langzamen slag roeit of met een snellen. Het tempo van den slag wordt slechts verhoogd door een krachtiger doorhaal en sneller opkomen met het lichaam, doch niet door sneller rijden.

Het mooiste, wat ik op dit gebied zag, was het roeien van de Heeren Molmans en Visser, de beroemde Gentsche twee, wier sensationeele nederlaag te Amsterdam tegen de destijds bekend sterke twee van de Amstel, de Heeren Croon en Wielsma, nog tal van jaren in de herinnering zal blijven van de kenners, die daarvan getuige waren.

De Gentsche twee oefende met een tempo van 18 slagen in de minuut, en als men ze zag, viel

Sluiten