Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het op, hoe enorm hard de doorhaal was, hoe enorm snel het weggooien der armen, hoe enorm langzaam het rijden. Het was een zweven, zóó volmaakt, dat de boot geen oogenblik neiging toonde te wankelen.

Opeens ziet men ze versnellen, de doorhaal is nog krachtiger, het herstel bliksemsnel, de boot vliegt, als een motorboot in volle vaart met haar punt boven water, men telt 36 a 38 slagen, het dubbele dus, en het rijden is bijna niet sneller dan bij 18. Wie dit in een twee in staat is te doen, kan aanspraak beginnen te maken op het volmaakt roeien.

En toch in de stuurmanlooze twee, waar het sturen door een der roeiers en het absoluut even krachtig trekken zonder fout moet zijn, waren de stoere Amstelroeiers den Gentenaars de baas. Waardoor ? Niet door hoogere kunst, of handiger sturen, doch door grootere wedstrijdeigenschappen: wil en uithoudingsvermogen.

Men staat dan wel eens voor een raadsel, en men zou wenschen over de kunst van den een, en de kracht van den ander tegelijkertijd de beschikking te hebben, om de goddelijke volmaaktheid te bezitten!

Het watergtijpen.

Na het zweven, na de periode van rust, schoon de balans inspanning vereischt, moet alle aandacht gespannen zijn op den inzet. Even het oplichten der handen, het tegelijkertijd grijpen van het water, de machtige opzwaai, ziedaar het inpikken.

Dan den riem vast tegen het water blijven aandrukken, en doorbalen.

Een goede inzet is zwaar en vereischt een gezond en stevig gebouwd lichaam. Zonder lichaamswerk is het watergtijpen zonder uitwerking.

De riem wordt dan niet op het uiterste punt

Het roeien.

4

Sluiten