Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerstand en hoe geringer de verplaatsing van het blad.

Bij den Engelschen stijl rekent men met een verplaatsing van den riem over 25 cM en elke grootere verplaatsing gaat dus ten koste van den afgelegden weg van het vaartuig.

Het reiken en de achterwaartsche zwaai.

Laat ons voor een oogenblik aannemen, dat het blad van den riem gedurende den doorhaal een boog beschrijft, waarvan de dol het middelpunt is.

Het is duidelijk, dat de richting van de kracht, door het blad van den riem op het water uitgeoefend, varieert, naar gelang van den hoek, dien de riem maakt met het boord.

Slechts op het oogenblik, dat de riem een hoek

van 90 vormt met het boord, werkt de kracht evenwijdig met de richting van de boot. Op elk ander oogenblik wordt de kracht verdeeld, afhangende van den hoek, dien riem en boord vormen. Bij het begin van den slag, zeg b.v. bij een hoek van 45°, zal de kracht gelijk verdeeld zijn; gedeeltelijk drukt zij de boot opzij, gedeeltelijk werkt zij in de richting van de boot.

Duidelijk is, dat de helft der krachten op beide

zijden uitgeoefend, de boot zullen indrukken, en als gevolg uit het water lichten, of wat hetzelfde is, ze wordt opgeheven. Zoodra de hoek kleiner is dan 45°, gaat meer dan de helft verloren. Ziedaar een voornaam punt bij het te ver reiken.

Fig. 14.

Weg van het blad bij den doorhaal.

Sluiten