Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allerlei soort water, in elke soort boot, van wedstrijden en van training; hij moet karakters weten te ontleden, zelf goed van humeur zijn, over veel geduld beschikken, opwekkend leermeester zijn, bezield met groote liefde voor de roeisport en met groote genegenheid voor zijn vereeniging.

Om beginnelingen te onderrichten, verdient het aanbeveling ongeveer mijn programma te volgen, zooals ik dit in de verschillende hoofdstukken heb behandeld.

Eerst dus eenige lessen en aanwijzingen op het droge, dan op het water en liefst op kalm water.

De boot, daarvoor aangewezen, is allereerst de vaste-banken-vier of -twee met draaidollen.

Allereerst de meest voorkomende commando's leeren uitvoeren; halen en strijken, de zuivere houding van lichaam en handen, den inzet, den doorhaal, den zwaai, den uitdruk. Goed letten op elk onderdeel afzonderlijk, op het waterwerk, op het draaien van den riem, en daarna op de samenvloeiing en soepelheid van de bewegingen.

Fouten dienen direct te worden opgemerkt, en recht gesteld. Ondervindt een der roeiers moeite met het beheerschen van een onderdeel, dan nooit te lang achtereen er op wijzen.. Dit ontmoedigt. Liever op het vlot een apart lesje.

Goed letten op het correcte in- en uitstappen, op het instellen van het voetbord.

Op de slagplaats iemand zetten, die getoond heeft, vlug van begrip te zijn en den slag gemakkelijk aan te leeren.

Niet er tegen opzien, zelf eens slag te zitten, om de houding te doen zien, of boeg, om de houdingen van achteren op te nemen en te verbeteren.

Nooit de roeiers voortdurend aan hetzelfde boord houden. Leer ieder bak- en stuurboord roeien. Iedereen krijgt een voorkeur voor het boord,

Sluiten