Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zakelijkheid ook na het afroeien regelmatig te blijven oefenen, zoodat het roeien in moeilijker booten mogelijk wordt. Leer ze hun fouten zelf doorgronden.

Maak gezamenlijk, zoodra ze zoover zijn, langere tochten ter verkrijging van uithoudingsvermogen.

Let vooral op de zorg, die het lichaam behoeft, bij slechte weersgesteldheid.

Maak van moeilijkheden in het vaarwater gebruik, om te leeren, hoe men ze overwinnen kan. Verlies daarbij echter nooit de noodige voorzichtigheid uit het oog.

Neem voor het afroeien op zijn minst 6 weken met eiken dag een uur oefening.

Met deze wenken voor oogen, zal men zeer bevredigende resultaten bereiken.

Voor afgeroeiden is het niet raadzaam, te spoedig op ruw water te roeien; men leert er te gauw groote fouten aan.

Laat de eerste oefeningen op ruw water onder persoonlijke leiding plaats vinden. Geef nimmer te veel vrijheid ineens.

Laat de roeiers voelen, waartoe zij in staat zijn en wat nog niet bereikbaar is.

Zorg voor een goeden overgang van booten, indien men beoogt in zeer moeilijke booten uit te gaan. Spoor evenwel altijd aan tot het bereikbare ideaal: de gladde sciff, twee, vier of acht. Kweek bij al uw leerlingen liefde en zorg aan voor het materiaal. Een schade, hoe gering ook, doet de boot of den riem in waarde dalen, en het buiten gebruik stellen is storend voor andere leden.

Het coachen van wedstrijdploegen behoort uit den aard der zaak tot werk, waartegen niet elke coach opgewassen is.

De coach van wedstrijdploegen dient te zijn een voorman in de roeisport, iemand, die ver-

Sluiten