Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouwen wekt en, rustig opmerker als hij is, een ploeg langzamerhand, vaak zonder dat de roeiers het zelf merken, kan brengen op die hoogte, welke voor de ploeg bereikbaar is. Er dient achting en vriendschap te bestaan tusschen wedstrijdploegen en hun coach. Een roeier, die in training is, is licht prikkelbaar en het is de plicht van den coach, hem kalm te houden en toch door te zetten, wat hij denkt, dat goed is.

De roeiers dienen door gehoorzaamheid daartoe mede te werken.

Enthousiasme is onmisbaar voor wedstrijdroeiers. Zij dienen het vooropgesteld doel, de overwinning, nooit uit het oog te verliezen en hun handelingen moeten daarvan een getrouw beeld geven.

De coach van een wedstrijdploeg moet veel tijd en zorg wijden aan de aan hem toevertrouwden.

Reeds in het najaar, en den geheelen winter door, zoolang er geen ijs ligt, oefent de ploeg in de overnaadsche vier of twee. Een paar malen per week zeker, en liefst iederen dag, zooals bij de Studenten-Roeivereenigingen gebruikelijk.

Er behoeft niet ver te worden geroeid, doch het werk moet goed zijn en zuiver. Er is dan gelegenheid, allerlei kleine foutjes af te leeren. Vroeg in het voorjaar gaat men tot regelmatiger oefeningen over en begint al eens uit te zien naar goede combinaties, indien men over veel roeiers beschikt.

Heeft men eenmaal een goed stel, dan gaat men een enkel maal uit in de gladde boot, liefst dadeüjk na een oefening in de overnaadsche. De eerste oefeningen in de gladde boot zijn niet de aangenaamste. In den regel ligt de boot onvast en is daardoor het roeien nog allesbehalve zuiver. De fouten, die in de wankeler boot opvallen, worden nog eens in de vaster liggende oefenboot weggenomen, en zoo komt men eindelijk tot de

Sluiten