Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er zijn natuurlijk ook voor dit geval uitzonderingen geweest, zooals b.v. de beroemde Leanderman Guy Nikalls, die op vele Henley Regatta's uitkwam als riemroeier èn sculler.

Alvorens den stijl van het scullen nader te omschrijven, is het dienstig eenige afmetingen te noemen van een sciff, bestemd voor een roeier met middelmatig gewicht 75—80 Kilo en van middelbare lengte 1,80 M.

De totale lengte van de sciff bedraagt ca. 8 M. De heel lange booten, zooals men ze vroeger zag, zijn in onbruik geraakt.

De hoogte der uitleggers moet door den sculler zelf bepaald worden. Hij dient daarbij in het oog te houden, dat, hoe lager de uitleggers, hoe meer effect de aangewende krachten hebben.

Het roeien met dollen, die te hoog liggen, werkt het te diep gaan der bladen in de hand.

Wordt de linkerhand boven de rechter gebracht tijdens den doorhaal, dan moet de linker-uitlegger ongeveer 1 'cM hooger liggen.

Dit is geen absoluut vereischte, want er zijn scullers, die met de dollen evenhoog, beter roeien.

Van groot belang zijn de afmetingen van de sculls binnen en buiten boord. Zwakkere roeiers doen goed den binnen hefboom langer en den buitenhefboom korter te maken. Ook de breedte van het blad stelt men afhankelijk van de kracht van den sculler.

Gewoonlijk houdt men daarvoor op de volgende afmetingen aan:

Totaal lengte scull 2,92 —2,95 M. Binnenhefboom 0,87 —0,85 M. Bladbreedte 0,155-0,165 M.

Om het indringen van vocht tegen te gaan, dienen boot en riemen steeds goed gevernist te zijn. Thans overgaande tot den stijl, komen wij aller-

Sluiten