Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst op het reiken bij het begin van den slag.

De rug moet daarbij niet krom zijn, de schouders houdt men laag, en reikt zoover als mogelijk is, terwijl de voeten met de geheele zool tegen het voetbord blijven aangedrukt.

De duimen houdt men op den zijkant van het handvat; de greep moet luchtig zijn en vooral niet krampachtig.

De pols moet gedurende den doorhaal nóch naar boven, nóch naar beneden worden gebogen. Door dit te doen, zou men zich blootstellen aan pols- of onderarmzwellingen.

De houding der beenen bij den inzet kan drieërlei zijn:

a. de beenen tusschen de armen, zoover geopend als de armen het toelaten.

b. de armen tusschen de beenen.

c. de knieën in de okselholte.

Slechts roeiers met korte beenen en lang bovenlichaam kunnen de houding onder c aannemen.

De meeste scullers nemen de beenen tusschen de armen, welke houding ook het meeste voordeel biedt, wijl het afstooten van het voetbord dan het krachtigst kan zijn. Ook de stabiliteit van de sciff wordt er mede verhoogd.

Wat het watergrijpen betreft, dit is een beweging, die veel oefening vereischt, vooral doordat de bladen der sculls niet langzamerhand gedraaid worden, doch tot het laatste toe, in tegenstelling dus met het riemroeien, horizontaal met het water worden gehouden, om dan op het laatste moment plotseling te worden gedraaid en ingezet.

De polsen worden daarbij snel naar voren en tevens naar boven gebracht, waarna tegeÜjkertijd het omdraaien der bladen volgt.

De doorhaal in een scullboot bestaat uit het aanzetten, den midden- en den eindhaal.

Het aanzetten dient kalm te geschieden, terwijl

Sluiten