Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naarmate de rolbank over kortere of langere rails loopt.

Vele scullers hechten er vooral veel gewicht aan, dat bij den uitpik de buitenzijde der duimen de heupholte raken, en laten daarom de loopers der glijbanken zóó vervaardigen, dat zij hellend naar de punt van de boot toe naar boven loopen.

Zóó opvallend als het uitdrukken van den riem moet zijn, zóó ongemerkt moeten de sculls uit het water worden gebracht en met een zeer juiste bedoeling, daar op dit moment de sciff in haar wankelsten toestand verkeert, en dus elke steun tot het laatst toe op het water — al is het met een klein gedeelte van het blad —* van grooten invloed is op het rustig liggen der boot bij het terugrijden, om zich voor den nieuwen slag gereed te maken.

Het goed loslaten van het water wordt dan gevolgd door het horizontaal draaien der bladen van de riemen en het snel weggooien der handen, zoodat de beenen zonder belemmering weer kunnen worden gebogen.

Het weggooien der handen, moet nimmer zóó snel verricht worden, dat een stoot het gevolg is, die zeer licht zou kunnen leiden tot een onstabiel liggen van de boot en het goede doorloopen zou benadeelen.

Het glijden naar den nieuwen slag geschiedt, als vroeger omschreven, eenparig vertraagd.

Ik heb wel eens de meening hooren verkondigen, dat het in een sciff waarde zou hebben het laatste deel van het glijden in plaats van een vertraging een versnelling te geven om zoodoende de snelheid van de boot, die reeds aanmerkelijk verminderd is, als het ware te doen toenemen, vóórdat de nieuwe slag een nieuwe stimulans wordt.

Hoe aannemelijk zulks in theorie ook mag klinken, in de practijk zou ik vreezen, dat de

Sluiten