Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel gevergd en het is herhaaldelijk voorgekomen, dat beroepsworstelaars aan een hartkwaal of aan longtuberculose overleden.

Doch moet dit tot de conclusie leiden, dat het worstelen niet moét worden beoefend? Zeer zeker niet! Immers alle overdrijving schaadt, doch.... een beoefening met mate baat.

Daarom zfj hier uitdrukkelijk gewaarschuwd, dat het worstelen niet moet worden beoefend door hen, wier inwendige organen niet door en door gezond zijn. Dergelijke personen doen beter zich tot de meer kalmere sporten te beperken.

Ik zou daarom ieder, die zich op het worstelen wil gaan toeleggen, ten sterkste aanraden, zich eerst door een medicus te doen onderzoeken en daarbij mede te deelen, welke plannen men heeft. Hij zal dan een strengere keuring ondergaan en dit is noodig, indien men een waarborg wil hebben, zijne gezondheid geen blijvende schade toe te brengen. Maar bovendien is het wenschelijk, het bij dit eene onderzoek niet te laten; men moet zich op geregelde tijden weer doen onderzoeken, ten einde eventueel optredende bezwaren direct te ontdekken.

Wat de spierontwikkeling betreft, heeft het worstelen over het algemeen een gunstigen invloed; alle spiergroepen van het lichaam komen in werking en wel in het bijzonder de romp-spieren, die bij andere sporten dikwijls stiefmoederlijk bedeeld worden, verrichten bij het worstelen een intensieven arbeid. Het spreekt overigens wel van zelf, dat ook de arm- en beenspieren duchtig werkzaam zijn en dus ook sterk worden ontwikkeld. Van een stelselmatlg-meerdere ontwikkeling van een der beide helften van het lichaam, is geen kwestie.

Er heeft langen tijd een zeker vooroordeel bestaan tegen het worstelen, omdat het, zeide men, een sport voor bruten was. Niets is minder juist. Zij, die eenigszins van deze sport op de hoogte zijn weten, dat ook hier, evenals bij het schermen, gebruik wordt gemaakt van aanvals- en verdedigingsbewegingen en van schijnbewegingen. Ook bij het worstelen is het niet uitsluitend de physieke behendigheid, welke overheerscht, maar veelal de tactiek. Ook hier komt het er op aan, de bedoeling van den tegenstander te doorzien, bijtijds zijne greep door een wering of door een tegengreep onschadelijk te maken, of wel door vlugheid aan een greep te ontkomen. Een juist oordeel en besluitvaardigheid komen ook hier tot hun recht. Het worstelen heeft dan ook in zooverre een opvoedenden Invloed, dat het den menschen bij ondervinding leert, dat het niet voldoende is, over veel kracht te beschikken, maar dat het er op aankomt, deze kracht op de meest voordeelige manier aan te wenden.

Doordat het worstelen de spierkracht en de behendigheid ontwikkelen, bevordert deze sport eveneens het zelfvertrouwen van de beoefenaars.

Voor de Koninklijke Marine acht ik het worstelen van bijzonder groot belang, juist omdat er slechts weinig sporten zijn, die zich zoo goed als het worstelen, leenen voor een beoefening aan boord. De ruimte, welke er voor noodig is, is klein, terwijl voor de worstelmat al gauw een plaatsje ergens kan worden gevonden. En verder is er niets noodig dan...

Sluiten