Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OKSEL-NEKGREEP B.

AANVAL. Breng uw linkerhand, onder den linkeroksel door, in den nek en grijp met den rechterarm om het lichaam van den verdediger.

Wanneer het lichaam van den verdediger met uw linkerarm wordt omgewrongen, moet u het eigen linkerbeen als steunpunt gebruiken.

Door het wringen komt de verdediger, over zijn rechterschouder, op den rug te liggen.

Wanneer de verdediger op zijn rechterzijde overgaat, kan de aanvaller, die steeds vasthoud, hem nog van uit twee richtingen bestrijden.

1°. Door vlug over te springen, komt de aanvaller aan de linkerzijde, waarna hij zijn lichaamsgewicht geheel moet overbrengen op den linkerarm van den verdediger.

2°. Bij het omwringen moet de aanvaller met de beenen vóór het hoofd van den verdediger langs gaan en met den rechterarm zijn linkerarm overnemen.

VERDEDIGING. Wanneer de aanvaller zijn linkerarm onder uw oksel wil brengen, sluit dan uw arm tegen uw zijde. Heeft hij echter de linkerhand in uw nek gebracht, trek dan die hand weg en beweeg uw schouder benedenwaarts, om den afstand tusschen uw schouder en uw hoofd grooter te doen worden.

Sluiten