Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIDDELGREEP VAN VOREN, GEVOLGD DOOR ONDERARMZWAAI.

Fig. 92. Middelgreep van voren, gevolgd door onderarmzwaai.

Wanneer de aanvaller den verdediger in den middelgreep van voren grijpt, fig. 28, moet de verdediger een halven draai links maken, den aanvaller in den rechtschen onderarmzwaai grijpen, fig. 5, in knielende houding overgaan en hem daarna ten val brengen, fig. 6.

De verdediger, dat is: de aanvaller van den onderarmzwaai, die op de rechterzijde ligt, heeft den rechterarm van den aanvaller vast. Hij moet over den rug naar links draaien, fig. 83, en alle kracht en behendigheid aanwenden om hem op de schouders te doen rollen.

Wanneer de aanvaller redding zoekt in het maken van de brug, dan moet de verdediger voorkomen, dat hij over het lichaam van den aanvaller komt te rollen, aangezien hierdoor de aanvaller uit den greep ontsnapt.

De verdediger moet voorkomen, dat de aanvaller in zijn vorige houding terugkeert; dan is ontkomen niet mogelijk.

Wij zien dus, dat de verdediger, door het maken van den onderarmzwaai als tegengreep, den aanvaller, uit den op hem toegepasten middelgreep, ten val kan brengen.

De aanvaller, die den middelgreep als begin van uitvoering kiest, kan, tijdens den op hem aangelegden onderarmzwaai — tegengreep van den verdediger —, onder het vallen van den verdediger, zijn linkerarm onder diens lichaam brengen, hem onder den buik opheffen en over hoofd en rechterschouder schuin-voorover doen duikelen.

De verdediger gaat dan met het lichaam vóór het hoofd van den aanvaller langs en moet op dit oogenblik een brug maken, terwijl de aanvaller op zijn buik rolt.

Sluiten