Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIDDELGREEP VAN VOREN, GEVOLGD DOOR ONDERARMZWAAI, MIDDELGREEP VAN ACHTEREN EN STAANDE OKSEL-NEKGREEP.

Zie fig. 37, oksel-nekgreep, vallende.

In de voorgaande gevechtsgang is vermeld, dat de aanvaller den strijd opende, met den middelgreep van voren en dezen greep door den verdediger beantwoord werd, met den rechtschen onderarmzwaai.

Op het oogenblik, dat de verdediger voor het toepassen van den onderarmzwaai zich naar links moet omdraaien, krijgt de aanvaller gelegenheid den middelgreep van achteren toe te passen, hem van den grond te heffen, de rechterhand onder den rechteroksel van den verdediger te brengen en vervolgens deze in den nek te leggen. Wanneer de aanvaller bovendien een kwart-draai links maakt en in knielende houding plaats neemt, kan hij met vrij groote zekerheid den verdediger op beide schouders werpen.

De verdediger kan, indien hij niet op beide schouders tegelijk valt, zich naar links, over den buik, op de rechterzijde draaien, den rechterarm van den aanvaller vasthouden en hem, over zijn eigen lichaam trekkende, op den grond doen rollen. Zie fig. 6 onderarmzwaai, vallende.

De verdediger kan ook onmiddellijk naar rechts draaien, de beenen over den op den grond liggende aanvaller werpen, diens rechterarm vasthouden en hem op zijn rechterzijde en vervolgens op beide schouders brengen.

Sluiten