Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nederlaag in rollenden val Is meermalen het gevolg van onvoorzichtigheid van den aanvaller, terwijl ook niet te bewijzen is, dat de rollende val het gevolg is van zoo'n meerdere kracht of techniek van den aanvaller, dat een geldige nederlaag hierop mag worden vastgesteld.

De nederlaag in rollenden val moet dan ook alleen geldig geacht worden, wanneer een worstelaar zijn tegenstander legt, door tweemaal den eenen en eenmaal den anderen schouder de mat te doen aanraken.

Een deelnemer, op deze wijze, als verliezer verklaard, kan zich vrijwillig neerleggen bij de uitspraak, omdat hem, door de meerdere kracht zijner tegenpartij, de gelegenheid ontnomen werd, gedurende de tweede en derde aanraking van de mat, zich uit de benarde positie te redden.

Ook voor den winnaar uit een ontmoeting, berecht als gevolg van rollende val, kan geen enkele voldoening komen, aangezien hij zich zelf niet als de meerdere kracht kan beschouwen, omdat overbekend is, dat het einde van den strijd meermalen onafhankelijk is van zijn wil.

Wordt voor ééne ontmoeting een vastgestelden tijd beschikbaar gesteld, dan moeten de strijders onmiddellijk na het verstrijken van den termijn, den strijd staken. Meermalen komt het voor, dat een verdediger in een z.g.n. vasten greep zit, waaruit ontkoming bijna onmogelijk is, doch door den termijn te verlengen geeft men den aanvaller een gunst. Het mag uit den aard der zaak voor den aanvaller niet aangenaam zijn, zijn tegenpartij te moeten loslaten, doch hem werd de gelegenheid gelaten zijn tegenstander binnen den daarvoor gestelden tijd te overwinnen, waaraan hij door tegenstand van den ander niet kon voldoen.

Indien een ontmoeting in knielende- of staande houding nutteloos wordt gevoerd, kunnen zij verplicht worden in eene andere positie over te gaan.

BEOORDEELING OP PUNTEN.

Voor het aanleggen van een greep mag geen punt worden toegekend.

Degene, die een greep uitvoert, waardoor zijn tegenpartij naar de mat wordt getrokken, komt in aanmerking voor een punt.

De meening dat voor een wering eveneens een punt toegekend moet worden is onjuist, omdat hij, die de wering maakt, dit moet doen om .verliezen" te voorkomen en daarom doet uit een welbegrepen eigenbelang. De aanlegger van den greep is zijn tegenstander voor en brengt dezen in zoo'n benarde positie, dat een wering noodwendig moet worden gemaakt.

De gemaakte wering kan dikwijls zeer mooi zijn en bewondering afdwingen, toch moet niet vergeten worden, dat de wering volgen moet op een goed doorgevoerden greep en daarom niet in aanmerking behoort te komen voor een punt.

Sluiten