Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bekijken van de boeken zelf, voor zoover ze nog banden hebben uit de 15e, 16e of 17e eeuw.

Het zoeken in den ouden catalogus is echter niet gemakkelijk, en het identificeeren van de korte daar gegeven titels vaak onzeker; een 26-tal meen ik er wel te herkennen. In de beschrijving is de plaatsing in de oude bibliotheek bij elk dezer boeken opgegeven.

De banden geven aanwijzing van eene iets latere periode. We kunnen er aan zien of de boeken nog aan kettingen gelegen hebben, wat niet alleen bij de eerste plaatsing van de boekerij aan de Nieuwe kerk het geval was, maar ook later boven het Athenaeum in het oude Agnietenkerkje. In het geheel hebben de banden van 24 incunabelen nog de gaten waarin de kettingring bevestigd is geweest; het zijn slechts voor een klein deel oorspronkelijke banden van vóór of kort na 1600; de andere zijn 17e-eeuwsche perkamenten banden. Er zijn drie boeken onder, die, blijkens den naamstempel, uit de boekerij van Jacob Buyck afkomstig zijn, een in een buitengewoon fraai stempelbandje van André Boule (25), een Bcecius in perkamenten omslag (56) en een Latijnsche Lyra-bijbel in vier lederen stempelbanden (98). Van andere vroegere bezitters onzer incunabelen mogen hier nog vermeld worden Janus Dousa en Daniël Heinsius, aan' wie achtereenvolgens ons fraaie exemplaar van de Grieksche brievenbundel van Basilius Magnus en anderen heeft toebehoord (6), Bongarsius, van wien de. Caesar-incunabel (no. 10) afkomstig is, evenals het bekende Caesarhandschrift van de Amsterdamsche bibliotheek, en Nicolaas Tulp, die het merkwaardige exemplaar van den Keulschen Bijbel ten geschenke gaf (115). Van alle incunabelen de herkomst aan te wijzen zou onmogelijk zijn; wat er van bleek is in de hier volgende beschrijving getrouw medegedeeld.

Bij de beschrijving is eene van het gebruik afwijkende volgorde in acht genomen. Alfabetische rangschikking van de auteursnamen scheen minder practisch wegens de onzekerheid van toewijzing van sommige werken, en het zoo sterk wisselende gebruik in de keus van voornamen of toenaam, waardoor altijd tal van verwijzingen mede in 'het alfabet zouden moeten worden opgenomen. Nog minder wenschelijk scheen eene rangschikking naar de drukkers, die we vaak ook niet met zekerheid kennen, en die toch ten slotte slechts voor een kleinen kring van incunabelvorschers de hoofdzaak zijn. Aan hen die of de eene of de andere rangschikking zouden verkozen hebben, wordt tegemoet gekomen door een alfabetisch auteursregister en een overzicht naar drukplaatsen en drukkers. De incunabulisten worden bovendien geholpen door aanhaling bij eiken titel van de nummers van Hain Copinger en Proctor, in vele gevallen ook van Pellechet en den catalogus van het Britsch Museum.

Onze eenigszins willekeurige rangschikking heeft ten doel, dé boeken in zekere groepen bijeen te brengen. De Nederlandsche incunabelen zijn hier niet opgenomen; wij beschrijven ze hierna tegelijk met de postincunabelen als eigen groep. Voorts is de verzameling 'gesplitst naar de herkomst in een Italiaansche, een Fransche en een Duitsche afdeeling.

Van de Italiaansche komen eerst de drukken met Grieksche letter, in tijdsorde, zoodat we beginnen met de editio princeps van Homerus en nog een druk van dezelfde Florentijnsche pers, om dan de Aldus-drukken te laten volgen, besluitende met het fraaie brievenboek, dat aan Dousa en Heinsius heeft toebehoord. Daarop volgen

Sluiten