Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den hortus sanitatis (112), of wel dat ze, zooals in het laatstgenoemde werk ook al het geval is, aan het boek geheel het karakter geeft van een geïllustreerd werk. Fraaie voorbeelden hiervan zijn onder de'Italiaansche uitgaven de fasciculus medicinae van 1495 (39) en de hypnerotomachia van 1499 (44), onder de Duitsche de fasciculus temporum (103), het kroniekenboek van Schedel (107), en de Keukche en Lubecksche bijbels (115—119)..

Evenzeer vestigden wij de aandacht op hetgeen niet het werk van den drukker is, maar van degenen die na hem het boek in handen kregen, den verluchter, den binder en den gebruiker. De oudere incunabelen zijn bij na in elk opzicht nabootsingen van het geschreven boek. De letter volgde in elk land het schrift, en zoo ook de afwerking en versiering; volgde men de geschreven letter door de type, voor de initialen ging dat niet zoo van zelf, men liet er de ruimte voor open, en de rubricator vulde uit de hand deze letter in, zooals hij dat ook met de handschriften gewoon was, en meteen verduidelijkte hij daarbij den tekst door aanstreping van de hoofdletters, invoeging van paragraafteekens en soms door onderstreping van woorden en regels. Eerst langzamerhand werd zijn taak door de drukpers overgenomen, werden de paragraafteekens door typen, de initialen door houtsneden aangebracht. In de volgende beschrijvingen staat vaak: „beginletters enz. in rood", waarmee aangegeven is, dat de geheele rubriceering op de gewone wijze heeft plaats gehad; de beginletters zijn dan veelal eenvoudige zoogenaamde lombarden. Waar meer gedaan is, rijker versierde initialen geteekend zijn in meer kleuren, vergulde letters, eene ornamentatie die langs de marge van het blad loopt, somtijds eene bloemrijke bordure om het geheele blad, of eene miniatuurschildering in de letter, is hierop gewezen. Men zie b.v. onder no. 7, 10, 27, 36, 56, 62.

Niet zonder belang scheen het ook, te letten op enkele aanwijzingen, dat voor de rubriceering niet door den uitgaver, maar door den lateren bezitter gezorgd werd. Zoo zijn bijgeschreven bladen met de gedrukte mede gerubriceerd (no. 57, 59), en zoo is eene geheele bundel boekjes van zeer verschillende herkomst bijeen gebonden en geheel op dezelfde wijze, waarschijnlijk door dezelfde hand, gerubriceerd (zie no. 76, 90).

De nummering van de vellen in den rechter benedenhoek, de zoogenaamde signatuur, die van de 16e eeuw af in vast gebruik is, vindt men in de incunabelen nog niet, maar een paar boeken in onze collectie doen zien hoe men zich behielp. Er zijn dan door toeval geschreven signaturen gespaard gebleven geheel onder aan den rand der bladen, blijkbaar bestemd om bij het binden te worden weggesneden (zie no. 9 en 61).

Waar de boeken hun oude banden nog hebben, is dit ook steeds aangegeven; men zie behalve de hiervóór reeds genoemde boeken uit de oudste periode der bibliotheek, de nummers 25, 50,83,93,97,101,106,114.

Eindelijk vinden we in vele boeken inscripties van de hand van eigenaars en gebruikers. Op de eigendomsinscripties van onze oudste Amsterdamsche boeken is hiervóór reeds gewezen. In no. 45, 46, 54, 83, 92 vindt men soortgelijke inschriften, die op de herkomst eenig licht werpen. In tal van andere boeken zijn namen, ex-libris en stempels te vinden, die aanwijzing geven omtrent latere bezitters. De gebruikers hebben vaak tusschen de regels of aan den kant hunne aanteekeningen gemaakt; in zulke gevallen komt somtijds het gebruik van het boek als studieboek duidelijk uit. Ook hiervoor zij naar de aanteekening onder eiken titel verwezen.

Sluiten