Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

appellatur. Parhisii, curarunt Joannes Higmanus et Volgangus Hopilius 1496. f°. — Met mathem. figuren. 72 bladen, Goth. letter in 2 grootten. Hain-Cop. 9436, Proctor 8137, Voulliéme Berl. 4741.

Knkete handschriftaant. op den kant. Hollandsche perkamenten band van de 17e eeuw met rood rugschildje en sporen van kettingring aan bovenkant en voorkant van het achterplat. In denzelfden band een ander mathematisch werk, enkele jaren later te Parijs gedrukt met Latijnsche letter:

Jacobus Faber Stapulensis, Epitome in-libros arithmeticos Severini Boetii. Etc. Parisiis Volphgangus Hopilius et Henricus Stephanus 1503. f°.

50. Robertus Gaguinus, De origine et gestis francorum perquam utile compendium. Impr. Parisii imp. Durandi Gerlerii, accur. Andree Bocard 1497. f°. — Met drukkersmerk in rood, en houtsnee-initialen. 114 bl. (het laatste wit), Goth. letter. Hain-Cop. 7411, Pellechet 4970. Onder den titel een gedicht van den auteur „ad libruin suum" tegen de critiek. De slotregels luiden:

Si minus es comptus, aut verbi examine comis, Te satis ornabunt frahcorum illustria regum Et gesta et virtus. his iam defensus abito. Daaronder rood gedrukt een. fraai drukkersmerk ■: drie wapenschilden, het bovenste, de lelies met de koningskroon, door engelen gedragen, de twee daaronder aan boomen gehangen. Het omschrift luidt: Honneur au Roy et a la court. Salut a 1'Université, Dont nostre bien procédé et sourt. Dieu gart de Paris la cyté. Gothische band uit den tijd, van een Franschen binder, bruin leder op hout, blind gestempeld. In reserves gevormd door rechthoekig en diagonaal elkaar snijdende fileten zijn diep ingedrukt vijf ruitvormige stempels, waarvan de middelste onder een later aangebracht koperen middenstuk verborgen is; de andere 4 bevatten de zinnebeelden 'der evangelisten. Rechts en links twee kleine ruitvormige stempels met een monnikfiguur, boven en onder twee cirkelvormige met gekartelden rand, waarin de namen Jhesus en Maria. Op het achterplat alleen kleine stempels, de monnikfiguur en de namen Jhesus en Maria, verder een nonnenkop in zeshoek en een monnikskop in ruit, een arend en een stier eveneens in ruit, elk tweemaal. De band heeft later aangebrachte geciseleerd koperen hoeken en middenstukken, resten van sloten en gaten van de kettingring"en, zooals vele oude boeken van de Auisteidainsche bibliotheek. De rug is overtrokken met schapenleer, wat ook in de Amsterdamsche verzameling op groote schaal geschied is. In. 1612 stond dit boek als no. 14 in pint. T (historici latiut).

1. Avicenna princeps abohaly, Canonis de medicina lib. primus, tertius et fen prima quarti. De arabico in latinum transtulit toleti Gebardus Cremonensis. Cum explanatione Jacobi de Partibus (Desparts) tornacensis facultatis medicine professoris. Impr. Lugduni incipiente Johanne Trechsel, consummante Johanne Clein. 4 vo'l. 1498. gr. f°. — Met drukkersmerk.

452 + 380 + 358 -f 142 bladen, Goth. letter in 2 soorten (een grootere voor den tekst, en een kleinere voor het commentaar), 2 kolommen. Hain 2214, Proctor 8616, Pellechet 1668. Beginletters in rood en blauw. Op de titels in oud handschrift „Suni Egberti

Bodaei. Virtutis praeinium honos". Het laatste deel, de „fen" (afdeeling) die over de koortsen handelt, wordt ingeleid met deze versregels:

Carmen in fen sequentem. Charior hac tibi sit fen nulla magisque legenda. Que plus dimidio tribuit praxis medicine. Cum febre vel febris est morborum copia maior. Qnam bene si noris medicus bonus esse probaris.

Sluiten