Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederduitsche incunabelen.

115. Bybel. — Dat boeck der goetliker schriften die Bybel. Gedr. in

der laeuelicker stat Coelne. z. j. gr. f°. — Met houtsneden. Gedrukt door Heinrich Quentell te Keulen, en wel met zijn eerste letter die slechts van 1479—1482 in gedateerde uitgaven is gebruikt. Dat het boek vóór 1488 gedrukt moest zijn bleek reeds uit een handschrift-aanteekening achterin dit exemplaar, onder de laatste gedrukte woorden: een notarieele akte waarvan een gedeelte met den datum nog over is, aldus luidende:

„Anno a Nativitate domini Miileaiinoquadringentesimo Octuagesiino octavo mensis Aprilis die octava hora sexta post meridiem vel circiter In mei notarii puhlici et testidm infrascriptorum presencia personaliter constitutus generosus vir domicellus Johannes Stuck armiger non vi dolo aut aliqua sinistra

machinatione circumventus sed sponte ac siinpliciter et p... propter

dominum..."

542 bladen, Goth. letter, 3141, Proctor 1252, Cat. Br. Mus. 264, Voulliéine Köln 257, Pellechet 2377.

De talrijke houtsneden nemen eene voorname plaats in de kunstgeschiedenis in. Gecopiëerd door een vormsnijder die zich in Frankrijk geschoold had, .naar teekeningen in een handschriftbijbel, werden ze op hare beurt het voorbeeld voor bijbelillustratie zoowel in Duitschland als in de Nederlanden, o.a. voor den „Bibel int corte, Antw. 1512". Zelfs kunstenaars als Albert Dürer en Hans Holbein ondervonden den invloed ervan. Zie Kud. Kautzsch, Die Holzschnitte der Kölner Bibel von 1479, Strassb. 1896.

In dit ex. zijn de houtsneden met zorg gekleurd. Voorts heeft het beginletters enz. in rood. en verscheidene rijker versierde initialen. Het is uitvoerig beschreven door Is. Ie Long, Boekzaal der Nederd. Bijbels, Amst. 1782, blz. 384—403.

De tekst geeft den geheeleu bijbel in een Nedersaksisch dialect, dat men bijna Nederlandsen kan noemen. De psalmen „Der psalter David" zijn vertaald in eenigszins afwijkend dialect. Het' Hooglied is in het Latijn gedrukt omdat men het „den iuugen luiden slecht na der literen niet apenbaren en sall, want dye sinne na der lytteren wenich profites inbrenget."

Op een der schutbladen- is geschreven: „Bibliothecae Amstelaedamensi donavit Magnificus spectatissimus Dominus D. Nicolaus Tulpius, Medic. Doctor, Reipubl. Amstelaedamensis Exconsul, Senator, Thesaurarius, Archiater. An. 1655.

Het heeft een perkamenten band met rood rugschild en bovenaan het achterplat spoor van kettingring.

116. Bybel. Keulen [Heinr. Quentell]. z. j. gr. f°. - Met houtsneden.

Ander exemplaar van denzelfden bijbel. De houtsneden ongekleurd; andere rubriceering, met enkele afwijkingen in de hoofdletters, als Vnde in plaats van Mnde. Aan het eind van het colophon, en in de versierde marge van het eerste blad is het jaartal 1428 uit de hand bijgedrukt. Dit is reeds vóór • 1711 geschied-} zie den catal. der Stedel. Bibl. van dat jaar, en de vermelding in de Boekzaal der Ned. Bijbel* van Is. Ie Long (1732), blz. 384. Dat dit jaar samenvalt met het jaartal, in 1822 te Haarlem aangenomen voor vastlegging van de uitvinding der boekdrukkunst, is dus louter toeval.

117. Bybel. — Dat boeck der gotliker schrifften die Bybel. Keulen [Heinr. Quentell] z. j. gr. f°. — Met houtsneden.

Andere druk van den hiervóór beschreven Keulschen bijbel. Alleen het dialect wijkt af („unde" in plaats van „ende"), meer overhellend naar het Saksisch. Druk en houtsneden zijn over 't alg. dezelfde.

Het ^ voorwerk ontbreekt, de Apocalypse is vervangen door die van den hiervóór beschreven bijbel. Op eenige toegevoegde bladen is eene Nederlandsche vertaling van het Hooglied geschreven. Daarachter „Een Tafel, ghemaeckt om lichtelijck te vinden die Epistelen ende evangeliën vant ghansche jaer zoemen die inder kereken plach te ghebruyeken".

Behoort tot de bibliotheek der Remonstrantsche kerk.

Sluiten